openingspagina
   de projecten 

Senegal et la Casamance


index
  • Introductie van het projectgebied
  •     Tabel 1: demografische gegevens
  • De bewoners
  • Productie kenmerken
  • Toegang tot hogere gronden
  •     Figuur 1: producten in de wetlands
  •     Figuur 2: dynamiek grondgebruik en regenval
  •     Tabel 2 : grondgebruik

  • ** Introductie van het projectgebied

    De Casamance regio ligt in het uiterste zuiden van Senegal en bestaat sinds de administratieve herindeling van 1984 uit de provincies Ziguinchor en Kolda. Casamance blijft een veelgebruikte naam voor de regio, maar verwijst nu enkel naar de rivier wiens estuarium met de Atlantische Oceaan zo milieubepalend is. De provincie Ziguinchor heeft een oppervlakte van 7339 km² en telt 544 000 inwoners in het jaar 2000. Vanaf de Atlantische kust vormt zij een 100 kilometer brede landengte die 360 kilometer oostwaarts het Afrikaanse continent insteekt. Ingeklemd tussen Gambia in het noorden en Guinee-Bissau en Guinee-Conakry in het zuiden. De regio ligt in het overgangsgebied tussen Guinee-savanne en tropisch regenwoud met een vochtig klimaat en gemiddelde temperaturen van 27°. De gemiddelde jaarlijkse regenval in de période 1918-2000 ligt op 1399,8 mm. In het begin van de 70-er jaren van de vorige eeuw is dit gemiddelde met zo’n 32% teruggevallen tot 1195mm. Deze dramatische daling ging verder gepaard met een kortere regentijd en lagere frequenties van uitschieters naar boven van de regenval. Hierdoor kon de natuur zich niet meer afdoende herstellen van perioden met extreme droogte. Het ecosysteem heeft hieronder veel geleden. Sinds 1996 zien we een kentering en worden weer jaargemiddelden met 1426mm regenval gehaald.
    Demografische gegevens van de afgelopen vijfentwintig jaar [volkstellingen van 1976 en 1988 en cijfermateriaal uit 2000] laten een sterke groei zien van de urbane bevolking. Deze urbanisatie wordt veroorzaakt door een groeiende rurale exodus, op gang gezet door voedseltekorten, en een stijgende immigratie vanuit het noorden van het land. In de dorpen bestaat een hoge graad van tijdelijke en vaak seizoengebonden migratie [tussen één dag en zes maanden afwezigheid] van zowel mannen als vrouwen. Deze gaan op zoek naar inkomsten genererende activiteiten die ze niet in het dorp vinden.

    Tabel 1 : Demografische verdeling
    Gewest
    1992
    2000
    Bignona
    209.587
    221.672
    Oussouye
    44.658
    48.801
    Ziguinchor
    237.189
    273.414
    Provincie
    491.434
    543.887
    Bron: mefp: 1992 in ontwerpplan bosbouw Ziguinchor, 1998 en regionale afdeling statistieken

    De streek is hoofdzakelijk agrarisch, met rijstproductie als voornaamste activiteit. Hoewel de landbouw, de artisanale visserij en de veeteelt slechts 7,2% van de monetaire inkomsten uitmaken op het platteland, spelen deze een alles overheersende rol in de autoconsumptie van de bevolking. De provincie telt weinig industriële complexen en de kleinschalige informele sector is alom aanwezig. De provinciale hoofdstad Ziguinchor herbergt enkele industriële activiteiten, waaronder enkele houtzagerijen, visfabrieken die voornamelijk garnalen verwerken en een aardnootfabriek.
    De groeiende urbanisatie en de ontvolking van het platteland, veroorzaakt door een sterk verminderde regenval na 1970 en andere factoren, worden versterkt door de, sinds 1982, steeds oplaaiende strijd tussen strijders van de Beweging van Democratische Krachten van Casamance (MFDC) en het nationale leger. Vooral jongeren die naar de steden trekken en daar geen werk vinden hebben hier onder te lijden. De spontane vestigingspatronen in de steden leiden weer tot onevenwichtige infrastructurele voorzieningen en belemmeren de steden zich te ontwikkelen tot evenwichtige groeipolen voor het achterland. Een algemene ontwikkeling van de regio kan alleen tot stand komen als de rurale exodus wordt afgeremd. Arbeidsplaatsen moeten dus niet alleen in de urbane centra gecreëerd worden maar ook op het platteland.


    Het estuarium van de Casamance rivier
    Het landschap van de provincie Ziguinchor wordt bepaald door de 300 kilometer lange Casamance rivier die met de Atlantische Oceaan een groot estuarium vormt van zo’n 250.000 hectaren. We spreken van een invers estuarium omdat het zoutgehalte van het water stroomopwaarts kan oplopen tot 160 ‰ als gevolg van het semi-permanente rivierstelsel. De zoetwateraanvoer van 2,3m³/s op zo’n 200 km van de riviermond is klein en evaporatie hoog, waardoor die hoge zoutgehalten kunnen ontstaan. De breedte varieert van 50 meter in Diannah-Malari tot 8 km bij de riviermond en de diepte van 1,5m tot 20m. Het enorme waterbekken vormt een biotoop met een rijke flora en fauna in mangrovebossen, wateroppervlakten en op de hogere gronden. De landbouw is sterk ontwikkeld, maar regenafhankelijk. Toch bestaat er een eeuwenoude rijstverbouw in dit mangrovegebied die essentieel is voor haar bewoners. Ook de andere levensbehoeften halen de bewoners van deze Wetlands uit de omliggende natuur: vis, zout, hout, honing, wild, oesters, fruit, palmwijn en diverse bosproducten. Zoals eerder vermeld, is deze biotoop sterk aangetast door de verminderde regenval maar ook door de menselijke exploitatievormen, zoals het kappen van de luchtwortels van de mangroven tijdens het verzamelen van oesters. De teloorgang van de mangrovevegetatie is enorm en het areaal aan mangrovebossen is teruggelopen van 150.000 hectaren in 1980 tot 70.000 ha in 1993.

    De bewoners
    Met 61% van de bevolking, vormen de Diola de voornaamste etnische groepering in de provincie Ziguinchor. De Diola dorpen zijn groot – tussen de 500 en de 7000 inwoners – en worden gekenmerkt door een grote mate van (onderlinge) onafhankelijkheid wat betreft politiek, economie en geloof. De dorpen zijn endogaam en de onderlinge contacten –  altijd tot het minimum beperkt – zijn vaak vijandig. De inzet van de onderlinge strijd bestond uit het stelen van vee en het buitmaken van gevangenen die op hun beurt weer werden geruild tegen vee. Ook het veroveren van rijstvelden is een belangrijke activiteit. Het vee is een prestigeobject, terwijl rijst het voornaamste basisvoedsel is. Het (vijandige) verleden bepaalt nog steeds de onderlinge dorpsverhoudingen. In tegenstelling tot de rest van Afrika, waar een landbouwtechniek van ‘slash and burn’ wordt toegepast en de grond niet veel waarde heeft, zijn de rijstvelden voor de Diola van zeer grote waarde: de grond waarop rijst verbouwd kan worden is schaars en de beste grond ligt in het mangrovegebied. Deze is zeer arbeidsintensief omdat een ingenieuze waterhuishouding van dijken en kanalen noodzakelijk is en in stand gehouden moet worden. Het gegeven dat arbeid van generaties her is geïnvesteerd voegt nog een emotionele waarde toe. Degenen die zeggenschap hebben over deze rijstvelden bezitten autoriteit. Vreemden, die niet zelfstandig toegang hebben tot rijstvelden, blijven buitenstaanders.
     

    Beschrijving van het productiesysteem in het mangrovegebied

    De Casamance regio is al eeuwenlang het woongebied van de Diola, die het gebied van Wetlands op extensieve wijze exploiteren. De lage rijstvelden liggen in het estuarium tussen de mangrovebossen. Naast de rijst leveren de Wetlands de noodzakelijke producten op om te kunnen overleven: vis, garnalen, krabben, zout, hout, honing, oesters, tannine, medicinale kruiden en hout voor verwarming en constructiedoeleinden.
    De lage rijstvelden worden beschermd tegen het zoute water in het estuarium door van oudsher aangelegde visbassins. Deze traditionele visbassins worden op hun beurt beschermd door grote ringdijken die minstens 20 cm hoger zijn dan de hoogste vloedhoogte. In deze dijken worden draineerbuizen (meestal holle stammen van palmbomen) aangebracht vlak boven de grond. In de regentijd worden deze draineerbuizen afgesloten om het zoete regenwater vast te houden en het zoute water uit het estuarium buiten te houden.
    Op deze wijze beschermen deze traditionele bassins de rijstvelden, en dat is tevens hun voornaamste rol. Tegelijkertijd worden de bassins benut als visbassin: in de regentijd en tijdens de rijstverbouw worden de draineerbuizen gesloten en daarmee de binnengekomen vis gevangen. De gevangen vis en garnalen groeien in deze bassins tot het eind van de regentijd, als de bassins worden geleegd. De rest van het jaar blijven de draineerbuizen openstaan. In de buizen plaatst men fuiken. Men onderscheidt zowel grote als kleine bassins. De kleine bassins schurken tegen de rijstvelden aan en hebben dan ook dezelfde vorm. Ze worden beschermd tegen het estuarium door de grote bassins. De kleine bassins zijn eigenlijk (tijdelijk) verlaten rijstvelden wegens gebrek aan voldoende regenwater en een daardoor te hoog zoutgehalte van de grond. Wanneer de regens weer overvloedig vallen, worden deze kleine bassins weer getransformeerd tot rijstvelden. Op deze wijze fluctueert het landbouwareaal met de hoeveelheid regenval: hoe meer regen, hoe meer landbouwgrond er kan worden gewonnen op het estuarium. Dit dynamische proces stelt de bewoners al eeuwen in staat om in deze vijandelijke omgeving te overleven.

    Het belang van toegang tot de hogere gronden
    In het woongebied van de Diola is het gemis aan arbeidskracht één van de voornaamste obstakels voor een evenwichtige agrarische ontwikkeling over een langere periode. Immers, het onderhoud van de dijken en het waterbeheer in de Wetlands vergt veel arbeid. Met de entree van de monetaire economie in de dorpen zijn steeds meer jongeren, maar ook ouderen, op zoek gegaan naar inkomsten genererende activiteiten tijdens de droge periode. Deze seizoensmigratie werd in de loop der tijd en vooral na een periode van verminderde neerslag, steeds meer een definitieve migratie. Dit geldt voor zowel vrouwen als voor mannen. Het chronische gemis aan arbeidskracht is de evolutie van de sociale relaties binnen het dorpspatroon steeds meer gaan bepalen. Er treedt een diversificatie op in de agrarische activiteiten.
    Een belangrijk element in de keuzemogelijk van de agrarische productie-eenheden is hun potentiële toegang tot plateaugronden. Zij die toegang hebben tot de hogere gronden kunnen allerlei gewassen verbouwen, ook in perioden van betrekkelijke droogte. Dit in tegenstelling tot hen die enkel zijn aangewezen op de Wetlands waar men steeds meer afhankelijker wordt van de opbrengst uit het verzamelen en de jacht. Het moge duidelijk zijn dat bewoners van de Wetlands veel afhankelijker zijn van hun directe  woonomgeving en het definitieve vertrek van enkelen kan grote gevolgen hebben. Stukken ringdijk worden niet meer onderhouden en storten in waardoor grote oppervlakten achterland worden overspoeld door het zoute water. Het is in deze ecologische zone van mangroves dat IDEE Casamance zich wil inzetten door de bewoners te helpen een duurzame exploitatie van de natuurlijke hulpbronnen te realiseren.

    arbedsverdeling:
    Seizoen Maand  Kenmerk  Vrouwen Mannen
    Houlé  februari-mei droge tijd . handel
    . bemesting
    . moestuin
    . rijst stampen
    . handel
    . palmwijn
    . werk dorp
    . onderhoud huis
    . onderhoud
    Bouling  juni-juli eerste regens . hout verzamelen
    . mest verzamelen
    . kweekvelden
    . zout verzamelen
    . werk met kadiandou 
    . ontginnen 
    . vissen
    Houli  aug-sept natte tijd . herplanten . werk met kadiandou 
    Boughit  oct-nov einde regens . moestuinen
    . algemene voorbereidingen
    . vissen
    . dijkonderhoud
    Kouagène  dec-jan rijstoogst . rijstoogst
    . moestuinen
    . palmwijn
    . vissen

    Figuur 1: producten in de wetlands
    Bron: Eichelsheim, J.L. & NDiaye, V & Verdegem, M : 1997
    Figuur 2: dynamiek tusssen het grondgebruik in de wetlands en de regenval
    Bron: Eichelsheim, J.L. & NDiaye, V & Verdegem, M : 1997



    Tabel 2 : grondgebruik
     
    Departement  Bignona  Ziguinchor  Oussouye 
    hectaren  hectaren hectaren
    Bossen
    160.170 
    30 
    37.790 
    33 
    13.060 
    15 
    Savane 
    35.820 
    8.600 
    5.720 
    Prairies 
    4.620 
    3.780 
    Mangrove 
    95.200 
    18 
    10.940 
    25.360 
    28 
    Ontgonnen vallei 
    69.930 
    13 
    22.290 
    20 
    19.420 
    22 
    Plateau 
    125.000 
    24 
    26.100 
    23 
    7.300 
    Water oppervlak 
    38.760 
    9.580 
    14.760 
    17 
    Totaal 
    529.500 
    100 
    115.300 
    100 
    89.400 
    100 

    Source: Harza engineering company international ; nov. 1982
    Master plan of agricultural development of the lower Casamance area

    haut de la page
    les projets