|
|
Tabel 1 : Demografische verdeling
| Gewest |
|
|
| Bignona |
209.587
|
221.672
|
| Oussouye |
44.658
|
48.801
|
| Ziguinchor |
237.189
|
273.414
|
|
Provincie
|
491.434
|
543.887
|
De streek is
hoofdzakelijk agrarisch, met rijstproductie als voornaamste activiteit.
Hoewel de landbouw, de artisanale visserij en de veeteelt slechts 7,2%
van de monetaire inkomsten uitmaken op het platteland, spelen deze een
alles overheersende rol in de autoconsumptie van de bevolking. De provincie
telt weinig industriële complexen en de kleinschalige informele
sector is alom aanwezig. De provinciale hoofdstad Ziguinchor herbergt
enkele industriële activiteiten, waaronder enkele houtzagerijen,
visfabrieken die voornamelijk garnalen verwerken en een aardnootfabriek.
De groeiende urbanisatie
en de ontvolking van het platteland, veroorzaakt door een sterk verminderde
regenval na 1970 en andere factoren, worden versterkt door de, sinds
1982, steeds oplaaiende strijd tussen strijders van de Beweging van
Democratische
Krachten van Casamance (MFDC) en het nationale leger. Vooral jongeren
die naar de steden trekken en daar geen werk vinden hebben hier onder
te lijden. De spontane vestigingspatronen in de steden leiden weer tot
onevenwichtige infrastructurele voorzieningen en belemmeren de steden
zich te ontwikkelen tot evenwichtige groeipolen voor het achterland.
Een algemene ontwikkeling van de regio kan alleen tot stand komen als
de rurale exodus wordt afgeremd. Arbeidsplaatsen moeten dus niet alleen
in de urbane centra gecreëerd worden maar ook op het platteland.
Het estuarium van
de Casamance rivier
Het landschap van
de provincie Ziguinchor wordt bepaald door de 300 kilometer lange Casamance
rivier die met de Atlantische Oceaan een groot estuarium vormt van
zo’n
250.000 hectaren. We spreken van een invers estuarium omdat het zoutgehalte
van het water stroomopwaarts kan oplopen tot 160 ‰ als gevolg van het
semi-permanente rivierstelsel. De zoetwateraanvoer van 2,3m³/s op
zo’n 200 km van de riviermond is klein en evaporatie hoog, waardoor
die
hoge zoutgehalten kunnen ontstaan. De breedte varieert van 50 meter in
Diannah-Malari tot 8 km bij de riviermond en de diepte van 1,5m tot 20m.
Het enorme waterbekken vormt een biotoop met een rijke flora en fauna
in mangrovebossen, wateroppervlakten en op de hogere gronden. De
landbouw is sterk ontwikkeld, maar regenafhankelijk. Toch bestaat er
een eeuwenoude rijstverbouw in dit mangrovegebied die essentieel is voor
haar bewoners. Ook de andere levensbehoeften halen de bewoners van deze
Wetlands uit de omliggende natuur: vis, zout, hout, honing, wild, oesters,
fruit, palmwijn en diverse bosproducten. Zoals eerder vermeld, is deze
biotoop sterk aangetast door de verminderde regenval maar ook door de
menselijke exploitatievormen, zoals het kappen van de luchtwortels van de
mangroven tijdens het verzamelen van oesters. De teloorgang van de
mangrovevegetatie
is enorm en het areaal aan mangrovebossen is teruggelopen van 150.000
hectaren in 1980 tot 70.000 ha in 1993.
De bewoners
Met 61% van de bevolking,
vormen de Diola de voornaamste etnische groepering in de provincie Ziguinchor.
De Diola dorpen zijn groot – tussen de 500 en de 7000 inwoners – en
worden
gekenmerkt door een grote mate van (onderlinge) onafhankelijkheid wat
betreft politiek, economie en geloof. De dorpen zijn endogaam en de
onderlinge
contacten – altijd tot het minimum beperkt – zijn vaak
vijandig.
De inzet van de onderlinge strijd bestond uit het stelen van vee en het
buitmaken van gevangenen die op hun beurt weer werden geruild tegen vee.
Ook het veroveren van rijstvelden is een belangrijke activiteit. Het
vee is een prestigeobject, terwijl rijst het voornaamste basisvoedsel
is. Het (vijandige) verleden bepaalt nog steeds de onderlinge
dorpsverhoudingen.
In tegenstelling tot de rest van Afrika, waar een landbouwtechniek van
‘slash and burn’ wordt toegepast en de grond niet veel waarde heeft,
zijn de rijstvelden voor de Diola van zeer grote waarde: de grond waarop
rijst verbouwd kan worden is schaars en de beste grond ligt in het
mangrovegebied.
Deze is zeer arbeidsintensief omdat een ingenieuze waterhuishouding van
dijken en kanalen noodzakelijk is en in stand gehouden moet worden. Het
gegeven dat arbeid van generaties her is geïnvesteerd voegt nog
een emotionele waarde toe. Degenen die zeggenschap hebben over deze
rijstvelden
bezitten autoriteit. Vreemden, die niet zelfstandig toegang hebben tot
rijstvelden, blijven buitenstaanders.
Beschrijving van het productiesysteem in het mangrovegebied
De Casamance
regio is al eeuwenlang het woongebied van de Diola, die het gebied van
Wetlands op extensieve wijze exploiteren. De lage rijstvelden liggen
in het estuarium tussen de mangrovebossen. Naast de rijst leveren de
Wetlands de noodzakelijke producten op om te kunnen overleven: vis,
garnalen,
krabben, zout, hout, honing, oesters, tannine, medicinale kruiden en
hout voor verwarming en constructiedoeleinden.
De lage rijstvelden
worden beschermd tegen het zoute water in het estuarium door van oudsher
aangelegde visbassins. Deze traditionele visbassins worden op hun beurt
beschermd door grote ringdijken die minstens 20 cm hoger zijn dan de
hoogste vloedhoogte. In deze dijken worden draineerbuizen (meestal holle
stammen van palmbomen) aangebracht vlak boven de grond. In de regentijd
worden deze draineerbuizen afgesloten om het zoete regenwater vast te
houden en het zoute water uit het estuarium buiten te houden.
Op deze wijze beschermen
deze traditionele bassins de rijstvelden, en dat is tevens hun voornaamste
rol. Tegelijkertijd worden de bassins benut als visbassin: in de regentijd
en tijdens de rijstverbouw worden de draineerbuizen gesloten en daarmee
de binnengekomen vis gevangen. De gevangen vis en garnalen groeien in
deze bassins tot het eind van de regentijd, als de bassins worden geleegd.
De rest van het jaar blijven de draineerbuizen openstaan. In de buizen
plaatst men fuiken. Men onderscheidt zowel grote als kleine bassins.
De kleine bassins schurken tegen de rijstvelden aan en hebben dan ook
dezelfde vorm. Ze worden beschermd tegen het estuarium door de grote
bassins. De kleine bassins zijn eigenlijk (tijdelijk) verlaten rijstvelden
wegens gebrek aan voldoende regenwater en een daardoor te hoog zoutgehalte
van de grond. Wanneer de regens weer overvloedig vallen, worden deze
kleine bassins weer getransformeerd tot rijstvelden. Op deze wijze
fluctueert
het landbouwareaal met de hoeveelheid regenval: hoe meer regen, hoe meer
landbouwgrond er kan worden gewonnen op het estuarium. Dit dynamische
proces stelt de bewoners al eeuwen in staat om in deze vijandelijke omgeving
te overleven.
Het belang van
toegang tot de hogere gronden
In het woongebied
van de Diola is het gemis aan arbeidskracht één van de
voornaamste obstakels voor een evenwichtige agrarische ontwikkeling over
een langere periode. Immers, het onderhoud van de dijken en het waterbeheer
in de Wetlands vergt veel arbeid. Met de entree van de monetaire economie
in de dorpen zijn steeds meer jongeren, maar ook ouderen, op zoek gegaan
naar inkomsten genererende activiteiten tijdens de droge periode. Deze
seizoensmigratie werd in de loop der tijd en vooral na een periode van
verminderde neerslag, steeds meer een definitieve migratie. Dit geldt
voor zowel vrouwen als voor mannen. Het chronische gemis aan arbeidskracht
is de evolutie van de sociale relaties binnen het dorpspatroon steeds
meer gaan bepalen. Er treedt een diversificatie op in de agrarische
activiteiten.
Een belangrijk element
in de keuzemogelijk van de agrarische productie-eenheden is hun
potentiële
toegang tot plateaugronden. Zij die toegang hebben tot de hogere gronden
kunnen allerlei gewassen verbouwen, ook in perioden van betrekkelijke
droogte. Dit in tegenstelling tot hen die enkel zijn aangewezen op de
Wetlands waar men steeds meer afhankelijker wordt van de opbrengst uit
het verzamelen en de jacht. Het moge duidelijk zijn dat bewoners van
de Wetlands veel afhankelijker zijn van hun directe woonomgeving
en het definitieve vertrek van enkelen kan grote gevolgen hebben. Stukken
ringdijk worden niet meer onderhouden en storten in waardoor grote
oppervlakten
achterland worden overspoeld door het zoute water. Het is in deze
ecologische
zone van mangroves dat IDEE Casamance zich wil inzetten door de bewoners
te helpen een duurzame exploitatie van de natuurlijke hulpbronnen te
realiseren.
arbedsverdeling:
| Seizoen | Maand | Kenmerk | Vrouwen | Mannen |
| Houlé | februari-mei | droge tijd |
.
handel
. bemesting . moestuin . rijst stampen |
.
handel
. palmwijn . werk dorp . onderhoud huis . onderhoud |
| Bouling | juni-juli | eerste regens |
.
hout verzamelen
. mest verzamelen . kweekvelden . zout verzamelen |
.
werk met kadiandou
. ontginnen . vissen |
| Houli | aug-sept | natte tijd | . herplanten | . werk met kadiandou |
| Boughit | oct-nov | einde regens |
.
moestuinen
. algemene voorbereidingen |
.
vissen
. dijkonderhoud |
| Kouagène | dec-jan | rijstoogst |
.
rijstoogst
. moestuinen |
.
palmwijn
. vissen |
| Departement | Bignona | Ziguinchor | Oussouye | |||
| hectaren | % | hectaren | % | hectaren | % | |
| Bossen |
160.170
|
30
|
37.790
|
33
|
13.060
|
15
|
| Savane |
35.820
|
7
|
8.600
|
7
|
5.720
|
6
|
| Prairies |
4.620
|
1
|
-
|
-
|
3.780
|
4
|
| Mangrove |
95.200
|
18
|
10.940
|
9
|
25.360
|
28
|
| Ontgonnen vallei |
69.930
|
13
|
22.290
|
20
|
19.420
|
22
|
| Plateau |
125.000
|
24
|
26.100
|
23
|
7.300
|
8
|
| Water oppervlak |
38.760
|
7
|
9.580
|
8
|
14.760
|
17
|
| Totaal |
529.500
|
100
|
115.300
|
100
|
89.400
|
100
|
Source: Harza
engineering company international ; nov. 1982
Master plan of agricultural
development of the lower Casamance area