|
foto's van de fosse PAV
|
Index : |
|
RISC + Moringa = Welstand
1. SamenvattingHet projectgebied omvat de Casamance regio in zuidelijk Senegal en in het bijzonder de provincie Ziguinchor, het meest westelijke deel dat grenst aan de Atlantische Oceaan. De provincie herbergt 544 000 inwoners op een gebied van 7 339 km². Zo'n 34% van de oppervlakte (ofwel 250 000 hectare) bestaat uit wetlands, uitgestrekte mangrovebossen en waterpartijen. Door toedoen van de sterk verminderde regenval sinds 1970 is een leegloop van het platteland op gang gekomen. Deze migratiestroom is versterkt sinds in 1982 de MFDC, een onafhankelijkheidsbeweging die strijdt voor autonomie van de Casamance, een bloedige strijd met het nationale leger voert. Deze factoren hebben de regio in hoge mate ontwricht. Vooral door de ongecontroleerde exodus van het platteland naar de grotere steden zijn de voorzieningen in de woonwijken zwaar belast en heerst er onder jongeren veel werkloosheid. De provincie Ziguinchor telt vier gemeenten die als groeipolen fungeren voor het achterland: de regionale hoofdstad Ziguinchor met 182 000 inwoners, Bignona met 32 000, Thionck-Essyl met 9 500 inwoners en Oussouye met 6 000 inwoners.
2. De doelstellingen
2.1. De doelstellingen op lange termijn.
2.1.a. Het verhogen van de betrokkenheid van de bewoners bij infrastructurele verbeteringen:Door de bewoners actief te laten deelnemen in activiteiten die de woonomgeving in de wijk verbeteren wordt de zelfwerkzaamheid verhoogd en de afhankelijkheid van staatsbemoeienis verminderd. Voornaamste oorzaak van de erbarmelijke leefomstandigheden in de woonwijken is de gebrekkige financiële armslag van de gemeentebesturen. Op korte termijn zijn de bewoners dan ook aangewezen op hun eigen creativiteit. Op langere termijn kan de verhoogde welstand in de woonwijken de benodigde inkomstenbron opleveren voor de gemeentebesturen.
2.1.b. Het ontlasten van de basale gezondheidszorg:Goede sanitaire voorzieningen en de beschikking over schoon drinkwater zijn de eerste voorwaarden voor een gezonde woonomgeving. Ziekten krijgen hierdoor minder kans en de loop naar de dichtstbijzijnde voorzieningen van basale gezondheidszorg zal afnemen.
2.1.c. Het scheppen van werkgelegenheid voor vrouwen via urbane tuinbouw:Met uitzondering van de grote metropolen zijn vele Afrikaanse steden ruim van opzet en is de binding met het agrarische achterland intact. Vele huishoudens beschikken nog over kostveldjes die echter inefficiënt worden geëxploiteerd. De arbeidsintensiviteit van de regen afhankelijke gewassen en de afstand spelen hierin een grote rol. Maar ook op de woonkavels is vaak nog ruimte beschikbaar voor velerlei activiteiten die niet wordt benut. Individueel of in groepsverband kunnen vrouwen deze ruimten leren exploiteren. De Moringa oleifera boom werd van oudsher veel geplant als erf afscheiding, een gebruik dat in ere hersteld kan worden nu vele derivaten zo’n economisch potentieel blijken te bezitten. Vooral in Azië is veel ervaring opgedaan met de vercommercialisering van derivaten als zeep, olie, sauzen, poeders, veevoer, papier, medicinale producten, honing, et cetera.
2.1.d. Het scheppen van werkgelegenheid voor jongeren door het bouwen van sanitaire voorzieningen:IDEE Casamance heeft sinds een tiental jaren ervaring met de opleiding van groepen jongeren in de bouw van latrines. Op kleine schaal zijn eerst in enkele buitenwijken van de regionale hoofdstad Ziguinchor latrines op woonkavels gebouwd. Momenteel werken de jongerengroepen als (onder)aannemer bij de bouw van sanitaire voorzieningen voor lagere scholen in dorpen. Met eenvoudige metselwerken kunnen de werkloze jongeren een vak leren. De besten worden bijgestaan in het maken van berekeningen en (geld)beheer waarna ze na enkele jaren hun eigen bedrijfje kunnen stichten. Vaak zijn de gezinshoofden waarvoor ze latrines hebben gebouwd de eerste opdrachtgevers. Aldus snijdt het mes aan twee kanten: jongeren krijgen een praktische beroepsopleiding en in de wijk worden sanitaire voorzieningen gebouwd.
2.1.e. Het verhogen van de welstand in urbane centra:Het moge duidelijk zijn dat de verbeterde inkomens van zowel jongeren als vrouwen een stimulans zijn voor de wijkeconomie. De verbeterde hygiënische woonomstandigheden verlichten de uitgaven in het huishoudbudget voor dure medische behandelingskosten waardoor geld vrijkomt voor andere doeleinden. Ook de gemeentelijke overheden zullen van de hogere inkomsten meeprofiteren en meer in de stedelijke infrastructuren kunnen investeren. Een zichzelf steeds versterkende beweging van innovaties is hiermee in gang gezet.
2.1.f. Het verlagen van het sterftecijfer van kinderen onder de vijf jaar:De reeds langer in VN-verband uitgesproken doelstelling om de sterfte onder kinderen jonger dan vijf jaar met tweederde terug te brengen is in Johannesburg bevestigd. De sterk verbeterde gezondheidstoestanden in de woonwijken zal hier zeker aan bijdragen. Momenteel bedraagt het sterftecijfer van kinderen onder de vijf jaar 115‰ in de provincie Ziguinchor.
2.2. De doelstellingen tijdens de projectduur in de woonwijken van vier gemeenten:
2.2.a. Het versterken van de sociale cohesie:Het chronische gebrek aan financiële armslag bij de gemeentelijke instanties noopt de bevolking zelf de armen uit de mouw te steken en niet meer afstandelijk te wachten op ingrijpen van hogerhand. Een manier om het defaitistische afwachten te doorbreken is de bewoners te betrekken in kleinschalige wijkverbeteringsprojecten waarvan de resultaten op korte termijn zichtbaar zijn. Na een snelle afweging tussen het directe profijt en de investering zal de individuele bewoner geneigd zijn deze weg te vervolgen. De ervaring zal de bewoner ook leren dat een bundeling van krachten zaken bevordert en besparingen oplevert. Op deze gronden wordt een individuele invalshoek omgezet in een meer wijkgerichte aanpak. De toenemende mondigheid van de wijkorganisaties creëert meer individuele vrijheid en zal de duurzaamheid van deze organen verzekeren.
2.2.b. Het introduceren van aangepaste vormen van sanitaire voorzieningen:In de provincie Ziguinchor ontlast 64,7% van de bewoners zich in traditionele, zelf gegraven zinkputten, 13% in de natuur en is slechts 0,6% aangesloten op een rioleringssysteem. De zelf gegraven zinkput is niet meer dan een kuil waarvan de wanden niet zijn verstevigd en stort bij overvloedige regen in. Dit veroorzaakt ernstige gezondheidsproblemen.
2.2.c. Het verbeteren van de beschikbaarheid van schoon drinkwater:Slechts 13,8% van de huishoudens kan beschikken over kraanwater. Het overgrote deel van het water voor het dagelijkse gebruik, dus ook het drinkwater, komt uit waterputten. In het algemeen is dit water van redelijke kwaliteit. De opslag in vaten en kruiken is echter verre van volmaakt. Zoals vermeld, is de Moringa oleifera een makkelijk te planten en snel groeiende boom (vruchtdragend na 6 à 12 maanden) die weinig onderhoud vraagt. Uit eeuwenlange ervaring in Azië (bevestigt door onderzoek van de Universiteit van Leicester, Engeland) is gebleken dat de pitten van de Moringa oleifera niet alleen troebel water purifiëren maar het ook bacteriologisch zuiveren. Om twintig liter water te zuiveren is twee gram poeder van de pitten nodig. Een gemiddelde erf afscheiding van 80 meter Moringa oleifera levert zo’n dertig kilo pitten op. Elk huishouden met Moringa oleifera bomen op het erf kan zodoende beschikken over schoon drinkwater.
2.2.d. Het introduceren van inkomstengenererende activiteiten voor vrouwen:Vrouwen kunnen met de verwerking van Moringa oleifera producten aan huis of in de woonwijk de huishoudelijke taken en kinderopvang combineren met inkomsten genererende activiteiten. De inkomsten uit de commercialisering van de Moringa oleifera derivaten zijn een stimulans om de purificerende eigenschappen van water toe te passen en aanvullende opleidingen te zoeken. De ervaring leert immers dat de toename van individuele rijkdom niet altijd effectief wordt omgezet in toenemende welvaart. De (financiële) voordelen worden maar al te vaak tenietgedaan door externe factoren die voorkomen hadden kunnen worden met de juiste opleiding. Zo kan een toenemend kindertal of een geboorte-infectie de met veel moeite vergaarde winst opslokken. Aangepaste opleidingen zijn dan ook onontbeerlijk om de duurzaamheid van de verkregen welstand te waarborgen. Hieronder vallen alfabetisering, ambachtelijke opleidingen (om diversificatie van de inkomsten genererende activiteiten te bevorderen) en moet er veel aandacht besteed worden aan reproductieve gezondheidszorg .
2.2.e. Het introduceren van inkomstengenererende activiteiten voor jongeren:De toenemende rurale exodus van de laatste decennia, nog versterkt door de strijd tussen het leger en de onafhankelijkheidsbeweging MFDC, heeft de steden overspoeld met jongeren die niet opgevangen kunnen worden door de lokale economie. De bouw van latrines geeft een impuls aan de werkgelegenheid onder deze jongeren. Met de praktijk gerichte ambachtelijke opleiding nemen ze deel aan het productieproces en worden ze geconfronteerd met een arbeidsethos. Tevens leren ze om te gaan met (geld)beheer, berekeningen, logistiek en andere praktische zaken die ze in staat moet stellen hun zelfstandigheid te vergroten.
3. Planning / projectaanpakAgrarische activiteiten spelen in de onderhavige urbane centra nog steeds een grote rol omdat de meeste stadsbewoners nog kostgronden bezitten. Deze bevinden zich in de nabije omgeving van de stedelijke centra of in het geboortedorp. Vooral de rijstteelt heeft een allesbepalende functie. In het regenseizoen, dat samenvalt met de schoolvakantie in de maanden juli tot november, verplaatst jong en oud, vrouw en man, zich naar de rijstvelden. Gedurende deze maanden staan de projectactiviteiten op een laag pitje.
3.1. De activiteiten in het eerste jaar bestaan uit:
3.1.a. In elk van de vier gemeenten de bouw van honderd fosse PAV:De provincie Ziguinchor telt vier gemeenten die als groeipolen fungeren voor het achterland: de regionale hoofdstad Ziguinchor met 182 000 inwoners op 26 000 woonerven; Bignona met 32 000 inwoners op 4 575 kavels; Thionck-Essyl met 9 500 inwoners op 1 370 kavels en Oussouye met 6 000 inwoners op 870 kavels. Per jaar wordt in elk van deze gemeenten een honderdtal fosse PAV gebouwd. In overleg met bewonersorganisaties en gemeentelijke instanties worden de wijken en de participerende woonkavels uitgekozen.
3.1.b. Voorlichting / opleiding van vrouwen op de erven waar de fosse PAV wordt gebouwd:Elk woonerf waar een latrine wordt gebouwd vaardigt een vrouwelijk familielid af dat minimaal vijf dagen per maand en voor de duur van acht maanden beschikbaar moet zijn. Deze vrouwen nemen deel aan de groepslessen die vijf dagen per maand plaatsvinden (zie verderop voor de invulling van deze lessen).
3.1.c. Planten van de Moringa oleifera op de participerende erven:Op elk erf worden vijftig Moringa oleifera geplant.
3.2. De activiteiten in het tweede jaar bestaan uit:
3.2.a. In elk van de vier gemeenten de bouw van honderd fosse PAV.
3.2.b. Voorlichting / opleiding van de vrouwen op de erven waar de fosse PAV wordt gebouwd.
3.2.c. Planten van de Moringa oleifera op de participerende erven.
3.2.d. Vervolgopleiding eerste groep participanten; Zie onder “communicatiestrategie” voor de invulling van deze opleiding.
3.2.e. Versterking organisatievorm en sociale cohesie;Teneinde zo effectief mogelijk op wijkniveau te kunnen opereren moeten de krachten van de individuele bewoners gebundeld worden in goed gestructureerde organisatievormen. Een eerste aanzet daartoe is het samenbrengen van de participerende vrouwen in een organisatievorm waarvan de voorbeeldfunctie de opstap is naar een bredere wijkorganisatie waarin alle lagen van de bewoners zijn vertegenwoordigd. Deze wijkorganisaties zijn de hefboom die communale initiatieven op gang brengt en een wisselwerking met gemeentelijke instanties initieert.
3.2.f. Beplanten met de Moringa oleifera van de gemeenschappelijke boomgaard;Het project fourneert voor elke boomgaard 4 000 stekjes van de Moringa oleifera, het materiaal voor de omheining, een pittenpers, tuingereedschap en voorziet in het slaan van een put. De eerste oogst kan zes maanden na het planten van de stekjes worden binnengehaald. De gemiddelde opbrengst van een hectare is drie ton pitten (ter vergelijking: een hectare zonnebloemen levert 2 ton pitten op en een hectare aardnoten 0,5 ton) waaruit 1 200 liter olie gehaald kan worden. De hoogwaardige olie heeft een minimale marktwaarde van 400 francs. De verse en gedroogde bladeren, de wortels, het hout en veel meer kan verwerkt worden in diverse commerciële producten en de bloemen zijn gewild voedsel voor bijen.
3.3. De activiteiten in het derde jaar bestaan uit:
3.3.a. In elk van de vier gemeenten de bouw van honderd fosse PAV.
3.3.b. Voorlichting / opleiding van de vrouwen op de erven waar de fosse PAV wordt gebouwd.
3.3.c. Planten van de Moringa oleifera op de participerende erven.
3.3.d. Vervolgopleiding vorige groepen participanten.
3.3.e. Versterking organisatievorm en sociale cohesie.
3.3.f. Beplanten met de Moringa oleifera van gemeenschappelijk veld.
3.3.g. Evaluatie en eindrapportage;Gedurende de projectduur vindt periodiek overleg met de deelnemers en de gemeentelijke instanties plaats. Naast deze constante feedback wordt jaarlijks een verslag gepresenteerd dat diepgaand wordt geëvalueerd door alle berokken partijen. Te allen tijde kan het project op deze wijze worden bijgestuurd. Een accountant-administratieconsulent zal jaarlijks rapporteren en een eindrapport afgeven.
4. DoelgroepenOp twee verschillende niveaus zijn de volgende doelgroepen te onderscheiden: de actieve deelnemers en de ontvangende groep.
4.1. De actieve deelnemers:Onder de eerste doelgroep vallen de jongeren die de latrines bouwen en de vrouwen die het water zuiveren tot schoon drinkwater en de Moringa oleifera derivaten commercialiseren. In elk van de vier gemeenten wordt jaarlijks een honderdtal fosse PAV gebouwd. Hiermee zijn vier werkgroepen van elk drie jongeren gedurende acht maanden bezig. In totaal zijn met de bouw op jaarbasis van vierhonderd fosse PAV dus achtenveertig jongeren direct betrokken. Elk woonerf waarop een latrine wordt gebouwd vaardigt een vrouwelijk lid van het huishouden af dat gedurende de acht maanden per jaar minimaal vijf dagen per maand beschikbaar moet zijn. De vrouwelijke doelgroep wordt op deze wijze jaarlijks met vierhonderd deelneemsters uitgebreid.
4.2. De ontvangende groep:De tweede doelgroep omvat de huishoudens waarvan de welstand wordt verhoogd met de bouw van latrines en de groeiende inkomsten uit de verkoop van Moringa oleifera derivaten. Met een gemiddelde gezinsgrootte van acht personen betekent dit dat deze doelgroep jaarlijks met 3 200 begunstigden groeit.
5. CommunicatiestrategieënElk van de drie doelgroepen wordt verschillend benaderd:
5.1. De jongeren:Na een sterk op de praktijk gerichte opleiding kunnen alle participerende jongeren de eenvoudige metselwerkzaamheden uitvoeren. Een natuurlijke selectie wijst jongeren aan die de toekomstige voormannen zullen worden. Deze krijgen een daarop gerichte vervolgopleiding. Zij leren om bestekberekeningen te maken, aanneemsommen op te stellen, de boekhouding bij te houden en andere vaardigheden die nodig zijn voor een zelfstandige bedrijfsvoering. Gedurende de projectduur kunnen de werkgroepen voldoende status en vertrouwen vergaren om een toereikende potentiële klantenkring op te bouwen.
5.2. De vrouwen:De gemeentelijke gezondheidsdienst begint met voorlichting over het gebruik en onderhoud van de fosse PAV, het schoonhouden van het woonerf en het belang van schoon drinkwater. Daarna krijgen de vrouwen onderwijs in de (economische) mogelijkheden van Moringa oleifera producten en worden op elk erf boompjes geplant. De cyclus in het eerste jaar wordt afgesloten met voorlichting in reproductieve gezondheidszorg, alfabetisering en een inventarisatie van de behoeften.
5.3. Het huishouden:Het bereiken van deze doelgroep verloopt geheel via de twee andere doelgroepen waarbij de gemeentelijke gezondheidsdienst optreedt als regelaar. Deze geeft tijdens buurtvergaderingen voorlichting over ontwikkelingen en potentiële gezondheidsverbeteringen in de wijk.
6. BudgetHet integrale budget bestaat uit de twaalf deelbudgetten waarin de projectkosten zijn opgenomen die zijn verbonden aan de implementatie van een cluster van honderd fosse PAV. Deze clusterkosten omvatten de kosten voor de bouw van honderd fosse PAV, de kosten voor opleiding/voorlichting van de vrouwelijke vertegenwoordiging van honderd woonerven, de kosten voor een jaar vervolgopleiding, de kosten voor de Moringa oleifera (erf afscheiding, boomgaard van 1 hectare) en alle begeleidingskosten: