|
|
index:
De Casamance regio is al eeuwenlang het woongebied van de Diola, die het gebied van de ‘Wetlands’ op extensieve wijze exploiteren. De lage rijstvelden liggen in het estuarium tussen de mangrovebossen. Naast de rijst leveren de Wetlands de noodzakelijke producten op om te kunnen overleven: vis, garnalen, krabben, zout, hout, honing, oesters, tannine, medicinale kruiden en hout voor verwarming en constructiedoeleinden.
De lage rijstvelden worden beschermd tegen het zoute water in het estuarium door van oudsher aangelegde visbassins. Deze traditionele visbassins worden op hun beurt beschermd door grote ringdijken die minstens 20 cm hoger zijn dan de hoogste vloedhoogte. In deze dijken worden draineerbuizen (meestal holle stammen van palmbomen) aangebracht vlak boven de grond. Tijdens de regentijd worden deze draineerbuizen afgesloten om het zoete regenwater vast te houden en het zoute water uit het estuarium buiten te houden.
Op deze wijze beschermen deze traditionele bassins de rijstvelden, en dat is tevens hun voornaamste rol. Tegelijkertijd worden de bassins benut als visbassin: in de regentijd en tijdens de rijstverbouw worden de draineerbuizen gesloten en daarmee de binnengekomen vis gevangen. De gevangen vis en garnalen groeien in deze bassins tot het eind van de regentijd, als de bassins worden geleegd. De rest van het jaar blijven de draineerbuizen openstaan. In de buizen plaatst men fuiken.
Men onderscheidt zowel grote als kleine bassins. De kleine bassins schurken tegen de rijstvelden aan en hebben dan ook dezelfde vorm. Ze worden beschermd tegen het estuarium door de grote bassins. De kleine bassins zijn eigenlijk (tijdelijk) verlaten rijstvelden wegens gebrek aan regens en een daardoor te hoog zoutgehalte van de grond. Wanneer de regens weer overvloedig vallen, worden deze kleine bassins weer getransformeerd tot rijstvelden. Op deze wijze fluctueert het landbouwareaal met de hoeveelheid regenval: hoe meer regen, hoe meer landbouwgrond er kan worden gewonnen op het estuarium. Dit is een zeer dynamisch proces dat al eeuwen duurt.
Figure
1: produits utilisés dans les zones de mangrove
Source:
Eichelsheim, J.L. & NDiaye, V & Verdegem, M : 1997
Figure
2: dynamisme des terrains cultivés dans l’estuaire de la
Casamance en rapport avec la pluviométrie
Source:
Eichelsheim, J.L. & NDiaye, V & Verdegem, M : 1997
Het belang van toegang tot de hogere gronden
In het woongebied van de Diola is het gemis aan arbeidskracht één van de voornaamste obstakels voor een evenwichtige agrarische ontwikkeling over een langere periode. Immers, het onderhoud van de dijken en het waterbeheer in de Wetlands vergt veel arbeid. Met de entree van de monetaire economie in de dorpen zijn steeds meer jongeren, maar ook ouderen, op zoek gegaan naar inkomsten genererende activiteiten tijdens de droge periode. Deze seizoensmigratie werd in de loop der tijd en vooral na een periode van verminderde neerslag, steeds meer een definitieve migratie. Dit geldt voor zowel vrouwen als voor mannen. Het chronische gemis aan arbeidskracht is de evolutie van de sociale relaties binnen het dorpspatroon steeds meer gaan bepalen. Er treedt een diversificatie op in de agrarische activiteiten.
Een belangrijk element in de keuzemogelijk van de agrarische productie-eenheden
is hun potentiële toegang tot plateaugronden. Zij die toegang
hebben tot de hogere gronden kunnen allerlei gewassen verbouwen, ook
in perioden van betrekkelijke droogte. Dit in tegenstelling tot hen
die enkel zijn aangewezen op de Wetlands waar men steeds meer afhankelijker
wordt van de opbrengst uit het verzamelen en de jacht. Het moge duidelijk
zijn dat bewoners van de Wetlands veel afhankelijker zijn van hun directe
woonomgeving en het definitieve vertrek van enkelen kan grote gevolgen
hebben. Stukken ringdijk worden niet meer onderhouden en storten in waardoor
grote oppervlakten achterland worden overspoeld door het zoute water.
Het is dan ook in deze ecologische zone van mangroves dat
IDEE Casamance
zich wil inzetten om allereerst de
mensen in de dorpen te houden of zelfs terug te lokken. Dit kan enkel
als de natuurlijke hulpbronnen worden beschermd en er sprake is van
een evenwichtige verantwoorde exploitatie ervan.
Tabel 1: grondgebruik in
de provincie Ziguinchor
| Departement | Bignona | Ziguinchor | Oussouye | |||
| hectares | % | hectares | % | hectares |
%
|
|
| Bos |
160.170
|
30
|
37.790
|
33
|
13.060
|
15
|
| Savanne |
35.820
|
7
|
8.600
|
7
|
5.720
|
6
|
| Prairie |
4.620
|
1
|
-
|
-
|
3.780
|
4
|
| Mangrove |
95.200
|
18
|
10.940
|
9
|
25.360
|
28
|
| Vallei ontgonnen |
69.930
|
13
|
22.290
|
20
|
19.420
|
22
|
| Hoge grond ontgonnen |
125.000
|
24
|
26.100
|
23
|
7.300
|
8
|
| Water oppervlak |
38.760
|
7
|
9.580
|
8
|
14.760
|
17
|
|
Totaal
|
529.500
|
100
|
115.300
|
100
|
89.400
|
100
|
Naast de verbouw van rijst en de vangst van vissen, worden de meeste andere producten uit de Wetlands door de bewoners verzameld of met jagen verkregen. Na de rijstoogst is er tijd voor inkomsten genererende praktijken, zoals het vervaardigen van artisanale producten door de vrouwen (het maken van potten, het vlechten et cetera) of het verzamelen en/of verwerken van lokale producten (zout, oesters, vissen et cetera). Ook de mannen ondernemen dit soort activiteiten (palmwijn, destillaat, honing, visserij et cetera).
Het verzamelen van oesters
In de Casamance regio is het exploiteren van oesters, vanaf het
verzamelen ervan tot de verwerking en de verkoop, in handen van vrouwen.
Zoals de verbouw van rijst is ook dit een eeuwenoude traditie. Volgens
Cormier-Salem zijn tussen de 2000 en de 4000 vrouwen bezig met het
verzamelen van oesters. En dit terwijl het verzamelen ervan een Spartaanse,
vermoeiende en penibele activiteit is [Cormier-Salem, 1992:240]. Na
de regentijd en de daarmee gepaard gaande alles overheersende rijstteelt
is het tijd voor en meer individuele bezigheid. Afhankelijk van hun eigen
mogelijkheden en hetgeen het omliggende milieu biedt, kunnen de vrouwen
kiezen tussen een gevarieerd scala aan producten, al zijn de opbrengsten
ervan vaak miniem: opbrengsten van kleinschalige tuinbouw en vruchtbomen,
palmolie, allerlei soorten schelpdieren en vis.
Tabel 2: arbeidsverdeling
volgens sekse:
| Seizoen | Maand | Eigenschapen | Vrouwen | Mannen |
| Houlé | februari/mei | droge seizoen |
. commercie
. vervoer mest . moestuin . rijst pellen |
. palmwijn
. collectieve dorpsact. . onderhoud woning . algemeen onderhoud |
| Bouling | juni/juli | eerste regens |
. hout verzamelen
. mest verzamelen . zaaiveld rijst . zoutwinning |
. werk met
kadiandou
. onkruid wieden . visserij |
| Houli | augustus/sept | natte seizoen | . overplanten rijst | . werk met kadiandou |
| Boughit | october/november | einde regens |
. bonen
. voorbereidingen |
|
| Kouagène | december/januari | rijstoogst |
. oogsten
rijst
. oogsten bonen |
. palmwijn
. visserij |
Het verzamelen van oesters vergt geen grote investeringen noch verfijnde technieken. Oesters vormen een makkelijk toegankelijke bron van proteïne die zeer noodzakelijk is. Het is een licht en goed houdbaar product [eenmaal gedroogd kunnen de oesters maanden geconserveerd worden]. De grote vraag en de nabijheid van lokale markten zorgen ervoor dat de exploitatie van oesters voor vrouwen een belangrijk middel is om financiële autonomie te krijgen en hun eigen behoeften te bevredigen [Cormier-Salem, 1992:241].
De oesters worden gevonden in de vele zijarmen van het estuarium, hangend aan de grote luchtwortels van de mangrovebomen. Bij hoog water zijn ze ondergedompeld en slechts gedurende eb geven ze zich enige uren bloot aan zon of maan. Het gereedschap warmee de vrouwen de oesters binnenhalen is erg eenvoudig: een groot oud hakmes en een gevorkte stok, ewuyum genaamd. Met de ewuyum klemmen de vrouwen de mangrovewortels vast en met het hakmes peuteren ze de oesters los. Veelal wordt echter en veel snellere techniek gebruikt: de wortels worden gewoon gekapt en de oesters laten vanzelf los als ze, eenmaal terug in het basiskamp of dorp, op het vuur worden gelegd. In het algemeen worden de oesters gekookt of gegrild en als ze eenmaal open zijn wordt het vlees in de zon te drogen gelegd. Eén kilo gedroogde oesters komt overeen met 50 kilo verse oesters. Slechts een klein deel van de oogst wordt vers verkocht.
Een projectvoorstel¤ voedselzekerheid en proteïnerijk dieet voor Wetlands bewoners
¤ bescherming van het mangrovegebied door verantwoorde exploitatie
¤ financiële autonomie voor vrouwen en een daaraan verbonden
verhoogde levensstandaard
De snelle degradatie van het mangrovegebied is voor iedereen duidelijk zichtbaar en vooral de snelheid waarmee het verval optreedt is verontrustend. De Wetlands vormen het natuurlijke reproductiegebied en eerste groeizone voor vele maritieme vissoorten. C. Marius [1985:253] constateert een spectaculair verval van de Rhizophora Mangle mangrovebomen waarvoor in de plaats de lagere soort Sesuvium is gekomen. Uitgestrekte zoutvlakten met een hoge zuurgraad, genoemd naar de Serer term tann of tannes , waarop weinig of niets groeit zijn met zo’n 73% toegenomen ten koste van het mangrovebos [Badiane, 1984].
Het is dus tijd om zowel de bewoners als de regeringen en [inter]nationale sponsors te overtuigen van de snelle noodzaak om te komen tot het vastleggen van een alles omvattend en evenwichtig exploitatiemodel van deze Wetland zone. Het verzamelen van oesters op de wijze dat het nu gebeurd veroorzaakt een grootschalige kap van de luchtwortels van de mangrovebomen. Deze praktijk bedreigt in hoge mate het voortbestaan van het mangrovebos [IUCN: 1988]. Het ontwikkelen van een aangepaste oesterkweek, die kan leiden tot een oesterproductie van een hogere kwaliteit en voor een geringere inspanning, moet de bevolking doen afzien van de huidige wijze van verzamelen. Dit verzamelen wordt de laatste jaren toch al moeilijker en vergt een steeds grote inspanning, zodat de bevolking bereid zal zijn over te stappen op de teelt van oesters. Oesterteelt zal de kap van de luchtwortels van de mangrovebomen sterk terugdringen hetgeen de mangroven beschermt tegen uitsterven en hen zelfs in staat stelt zich te herstellen.
De grote vraag naar oesters op de [lokale] markten zal niet alleen
leiden tot een verhoogde welvaart van de betrokken families, maar hen
ook het gehele jaar toegang bieden tot een belangrijke bron van proteïnen
en het dieet in de dorpen sterk verbeteren.
Een beheersplan voor het mangrove ecosysteem
In nauwe samenwerking met het regionale bureau van de IUCN te Dakar wordt een geïntegreerd en duurzaam beheersplan vastgelegd waarin richtlijnen worden weergegeven voor een evenwichtige en duurzame exploitatie van het mangrovegebied en de wijze van toezicht hierop. Deze benadering richt zich vooralsnog op twee objectieven die complementair zijn: enerzijds leidt de verhoogde productie van de oesterteelt tot toegang tot de geldeconomie waardoor economische alternatieven mogelijk worden die het behoud van de mangroven waarborgen. Anderzijds wordt de duurzaamheid gewaarborgd door de promotie en introductie van vervangende technieken op het gebeid van energievoorziening [zonne-energie, verbeterde ovens van het type Ban Ak Suuf ], bouwmaterialen [bamboe], gezondheidszorg [gezinsplanning, medicinale kruiden], et cetera.
Hiervoor zal een educatie- en bewustwordingsprogramma worden opgesteld.
De oesterteeltDe geschiedenis van de oesterteelt in Casamance begint in 1955 in het dorp Kassel met een productie van 3000 dozijn oesters. Dit project komt met de onafhankelijkheid van Senegal tot een eind. Een nieuwe poging om de oesterteelt te lanceren dateert van 1963 en vindt plaats in de dorpen Djivente, Kabrousse en Karabane. Dit project wordt uitgevoerd door de Direction de l’Océanographie et des Pêches Maritimes [DOPM] en krijgt een vroegtijdig einde met de import vanuit Frankrijk door het handelshuis Maurel et Prom. Al die tijd bestaat de traditionele vorm van oesterteelt, Bunoken genaamd, in de dorpen Diogué en Kabrousse met wisselend resultaat.
De laatste poging om de oesterteelt in Casamance nieuw leven in
te blazen vindt plaats van 1998 tot 1991 op initiatief van het regionale
bureau van de IUCN en het Canadese CRDI. De dorpen Djivente, Kabrousse,
Ourong en Karabane waren hierin betrokken. Door de toen heersende politieke
onrust in de regio moest het project sluiten.
IDEE
Casamance
wil de initiatieven om de oesterteelt in Casamance
nieuw leven in te blazen weer oppakken met het onderhavige project.
Vier teelttechnieken worden tijdens de uitvoering onderzocht om zo te
komen tot de meest aangepaste techniek die aan de producerende vrouwen
kan worden voorgesteld. Het betreft de volgende technieken:
Het project zet participerend onderzoek hoog in het vaandel, waarbij de wijze van uitvoer van de interventies vooralsnog wordt aangedragen door het project, maar dit wel op nadrukkelijk verzoek van de doelgroep. Een betere bewustwording in de doelgroep betreffende hun directe leefmilieu en vooral het ontstaan van de notie hoe belangrijk een evenwichtige exploitatie daarvan is, moet de bevolking rijp maken voor ingrijpender acties. Met vereende krachten kunnen dan de zeer belangrijke maar ook zeer arbeidsintensieve interventies worden voorbereid, zoals het herstel van de grote dijken, de aanplant van nieuwe mangroven, et cetera.
Implementatie, Agenda & BudgetteringIDEE Casamance zal nauw samenwerken met:
Het onderhavige project "technische bijstand aan vrouwelijke producenten van oesters in Casamance, Senegal" beoogt zowel het proteïnegehalte in het dagelijkse voedsel te verhogen als een bijdrage te leveren in het inkomsten niveau van de vrouwen. Om de vrouwen optimaal van hun hogere inkomen te laten profiteren moeten zij bewust zijn van de mogelijkheden die zich hiermee aan hen ontplooien. Vrouwen moeten daarom toegang krijgen tot informatiebronnen die hen helpen te komen tot een vrije keuze van geboorteregeling. Onder de vele onderwerpen binnen deze informatiestroom die de vrouwen moet bereiken, zal gezinsplanning een belangrijke plaats innemen. Immers, de duurzaamheid van, bij voorbeeld, het hogere inkomen kan beter gewaarborgd zijn indien het gebruikt wordt voor een meer evenwichtiger bestedingspatroon en niet in de eerste plaats wordt aangewend om meer monden te voeden. Periodieke bijscholing in handwerktechnieken en andere kleinschalige verwerkingstechnieken van lokale natuurlijke hulpbronnen zal de vrouwen een breder potentieel aan inkomen verschaffen en meer betrekken bij het bewustwoordings programma.
Naast aandacht voor de verschillende aspecten van reproductieve gezondheidszorg zullen de volgende onderwerpen deel uitmaken van de kennisoverdracht:
De scholing van de ongehuwde moeders wordt verzorgd door UNESCO: de alfabetiserings karavaan. Deze hebben in het dorp Thionck Essyl, gelegen in het projectgebied, een ruimte waar intern scholing wordt gegeven. De cursisten kunnen zich hier, verzorgd met kost en inwoning, geheel wijden aan de studie.
Na ruggespraak met UNESCO is besloten om in het budget de post opleiding
als volgt te budgetteren: de opleiding zal zich richten op tien ongehuwde
moeders [of andere geschikte kandidaten] zodat er altijd drie in reserve
blijven. De opleiding zal tien dagen duren waarin ook tijd is vrijgemaakt
om de projectdorpen en de doelgroep te bezoeken.
|
|
|
|
|
|
|
| restauratie | 10 |
2.000
|
10
|
200.000
|
680
|
| ontbijt | 10 |
250
|
10
|
25.000
|
85
|
| overnachting + diner | 10 |
2.000
|
10
|
200.000
|
680
|
| keuken | F |
10.000
|
10
|
100.000
|
340
|
| transport | 10 |
1.000
|
10
|
100.000
|
340
|
| communicatie | 2 |
3.000
|
10
|
60.000
|
204
|
| communicatie leerkrachten | 1 |
10.000
|
10
|
100.000
|
340
|
| transport leerkrachten | 2 |
20.000
|
10
|
400.000
|
1.360
|
| begeleiding | 1 |
30.000
|
10
|
300.000
|
1.020
|
| divers 5% |
|
|
74.250
|
252
|
|
| TOTAAL |
|
|
|
1.559.250
|
5.301
|
Voor de periodieke vervolgopleidingen is een bedrag van 250.000 f cfa per séance opgenomen en er zullen er minimaal twee per jaar plaatsvinden.
Het budget:
Voor drie jaar is het project begroot op Euro 103.089. Zie annex
budget voor specificaties.
jaar 1 53.684 Euro
jaar 2 24.100 Euro
jaar 3 25.305 Euro
1992 Gestion et évolution des espaces aquatiques : La Casamance ; Paris: Editions de l'Orstom
1992 Integrated farming : a new approach in the Basse Casamance, Senegal, in : Naga the ICLARM Quarterly : July 1992
1991-b Regionaal particularisme en staatsvorming in Afrika : de Diola van zuid-Sénégal in hun relatie tot Dakar ; in: Afrika Focus, vol. 7 nr. 3 ; Gent: Afrika Brug, vzw.
1988 Naissance d’une ville au Sénégal ; Paris: KarthalaJansen, Marijke & Klei, Jos van der & Valk, Saskia van der