index openingspagina
  onze projecten de projecten

GA NAAR FOTO MATERIAAL klik op de tekening van Paul Smit voor fotomateriaal


index:

Beschrijving van het productiesysteem in het mangrovegebied

De Casamance regio is al eeuwenlang het woongebied van de Diola, die het gebied van de ‘Wetlands’ op extensieve wijze exploiteren. De lage rijstvelden liggen in het estuarium tussen de mangrovebossen. Naast de rijst leveren de Wetlands de noodzakelijke producten op om te kunnen overleven: vis, garnalen, krabben, zout, hout, honing, oesters, tannine, medicinale kruiden en hout voor verwarming en constructiedoeleinden.

De lage rijstvelden worden beschermd tegen het zoute water in het estuarium door van oudsher aangelegde visbassins. Deze traditionele visbassins worden op hun beurt beschermd door grote ringdijken die minstens 20 cm hoger zijn dan de hoogste vloedhoogte. In deze dijken worden draineerbuizen (meestal holle stammen van palmbomen) aangebracht vlak boven de grond. Tijdens de regentijd worden deze draineerbuizen afgesloten om het zoete regenwater vast te houden en het zoute water uit het estuarium buiten te houden.

Op deze wijze beschermen deze traditionele bassins de rijstvelden, en dat is tevens hun voornaamste rol. Tegelijkertijd worden de bassins benut als visbassin: in de regentijd en tijdens de rijstverbouw worden de draineerbuizen gesloten en daarmee de binnengekomen vis gevangen. De gevangen vis en garnalen groeien in deze bassins tot het eind van de regentijd, als de bassins worden geleegd. De rest van het jaar blijven de draineerbuizen openstaan. In de buizen plaatst men fuiken.

Men onderscheidt zowel grote als kleine bassins. De kleine bassins schurken tegen de rijstvelden aan en hebben dan ook dezelfde vorm. Ze worden beschermd tegen het estuarium door de grote bassins. De kleine bassins zijn eigenlijk (tijdelijk) verlaten rijstvelden wegens gebrek aan regens en een daardoor te hoog zoutgehalte van de grond. Wanneer de regens weer overvloedig vallen, worden deze kleine bassins weer getransformeerd tot rijstvelden. Op deze wijze fluctueert het landbouwareaal met de hoeveelheid regenval: hoe meer regen, hoe meer landbouwgrond er kan worden gewonnen op het estuarium. Dit is een zeer dynamisch proces dat al eeuwen duurt.

Figure 1: produits utilisés dans les zones de mangrove
Source: Eichelsheim, J.L. & NDiaye, V & Verdegem, M : 1997

Les ressources naturelles des mangroves

Figure 2: dynamisme des terrains cultivés dans l’estuaire de la Casamance en rapport avec la pluviométrie
Source: Eichelsheim, J.L. & NDiaye, V & Verdegem, M : 1997

Le systeme d'exploitation des mangroves







Het belang van toegang tot de hogere gronden

In het woongebied van de Diola is het gemis aan arbeidskracht één van de voornaamste obstakels voor een evenwichtige agrarische ontwikkeling over een langere periode. Immers, het onderhoud van de dijken en het waterbeheer in de Wetlands vergt veel arbeid. Met de entree van de monetaire economie in de dorpen zijn steeds meer jongeren, maar ook ouderen, op zoek gegaan naar inkomsten genererende activiteiten tijdens de droge periode. Deze seizoensmigratie werd in de loop der tijd en vooral na een periode van verminderde neerslag, steeds meer een definitieve migratie. Dit geldt voor zowel vrouwen als voor mannen. Het chronische gemis aan arbeidskracht is de evolutie van de sociale relaties binnen het dorpspatroon steeds meer gaan bepalen. Er treedt een diversificatie op in de agrarische activiteiten.

Een belangrijk element in de keuzemogelijk van de agrarische productie-eenheden is hun potentiële toegang tot plateaugronden. Zij die toegang hebben tot de hogere gronden kunnen allerlei gewassen verbouwen, ook in perioden van betrekkelijke droogte. Dit in tegenstelling tot hen die enkel zijn aangewezen op de Wetlands waar men steeds meer afhankelijker wordt van de opbrengst uit het verzamelen en de jacht. Het moge duidelijk zijn dat bewoners van de Wetlands veel afhankelijker zijn van hun directe woonomgeving en het definitieve vertrek van enkelen kan grote gevolgen hebben. Stukken ringdijk worden niet meer onderhouden en storten in waardoor grote oppervlakten achterland worden overspoeld door het zoute water. Het is dan ook in deze ecologische zone van mangroves dat IDEE Casamance zich wil inzetten om allereerst de mensen in de dorpen te houden of zelfs terug te lokken. Dit kan enkel als de natuurlijke hulpbronnen worden beschermd en er sprake is van een evenwichtige verantwoorde exploitatie ervan.
 

Tabel 1: grondgebruik in de provincie Ziguinchor
 
Departement Bignona Ziguinchor Oussouye
  hectares % hectares % hectares
%
Bos
160.170
30
37.790
33
13.060
15
Savanne
35.820
7
8.600
7
5.720
6
Prairie
4.620
1
-
-
3.780
4
Mangrove
95.200
18
10.940
9
25.360
28
Vallei ontgonnen
69.930
13
22.290
20
19.420
22
Hoge grond ontgonnen
125.000
24
26.100
23
7.300
8
Water oppervlak
38.760
7
9.580
8
14.760
17
Totaal
529.500
100
115.300
100
89.400
100
Bron: Harza engineering company international; nov. 1982
Master plan of agricultural development of the lower Casamance area

Naast de verbouw van rijst en de vangst van vissen, worden de meeste andere producten uit de Wetlands door de bewoners verzameld of met jagen verkregen. Na de rijstoogst is er tijd voor inkomsten genererende praktijken, zoals het vervaardigen van artisanale producten door de vrouwen (het maken van potten, het vlechten et cetera) of het verzamelen en/of verwerken van lokale producten (zout, oesters, vissen et cetera). Ook de mannen ondernemen dit soort activiteiten (palmwijn, destillaat, honing, visserij et cetera).

  begin pagina
Het verzamelen van oesters

In de Casamance regio is het exploiteren van oesters, vanaf het verzamelen ervan tot de verwerking en de verkoop, in handen van vrouwen. Zoals de verbouw van rijst is ook dit een eeuwenoude traditie. Volgens Cormier-Salem zijn tussen de 2000 en de 4000 vrouwen bezig met het verzamelen van oesters. En dit terwijl het verzamelen ervan een Spartaanse, vermoeiende en penibele activiteit is [Cormier-Salem, 1992:240]. Na de regentijd en de daarmee gepaard gaande alles overheersende rijstteelt is het tijd voor en meer individuele bezigheid. Afhankelijk van hun eigen mogelijkheden en hetgeen het omliggende milieu biedt, kunnen de vrouwen kiezen tussen een gevarieerd scala aan producten, al zijn de opbrengsten ervan vaak miniem: opbrengsten van kleinschalige tuinbouw en vruchtbomen, palmolie, allerlei soorten schelpdieren en vis.
 

Tabel 2: arbeidsverdeling volgens sekse:
 
Seizoen Maand Eigenschapen Vrouwen Mannen
Houlé februari/mei droge seizoen . commercie

. vervoer mest

. moestuin

. rijst pellen

. palmwijn

. collectieve dorpsact.

. onderhoud woning

. algemeen onderhoud

Bouling juni/juli eerste regens . hout verzamelen

. mest verzamelen

. zaaiveld rijst

. zoutwinning

. werk met kadiandou

. onkruid wieden

. visserij

Houli augustus/sept natte seizoen . overplanten rijst . werk met kadiandou
Boughit october/november einde regens . bonen

. voorbereidingen

 
Kouagène december/januari rijstoogst . oogsten rijst

. oogsten bonen

. palmwijn

. visserij

bron: Eichelsheim, et al, 1997:11
 

Het verzamelen van oesters vergt geen grote investeringen noch verfijnde technieken. Oesters vormen een makkelijk toegankelijke bron van proteïne die zeer noodzakelijk is. Het is een licht en goed houdbaar product [eenmaal gedroogd kunnen de oesters maanden geconserveerd worden]. De grote vraag en de nabijheid van lokale markten zorgen ervoor dat de exploitatie van oesters voor vrouwen een belangrijk middel is om financiële autonomie te krijgen en hun eigen behoeften te bevredigen [Cormier-Salem, 1992:241].

De oesters worden gevonden in de vele zijarmen van het estuarium, hangend aan de grote luchtwortels van de mangrovebomen. Bij hoog water zijn ze ondergedompeld en slechts gedurende eb geven ze zich enige uren bloot aan zon of maan. Het gereedschap warmee de vrouwen de oesters binnenhalen is erg eenvoudig: een groot oud hakmes en een gevorkte stok, ewuyum genaamd. Met de ewuyum klemmen de vrouwen de mangrovewortels vast en met het hakmes peuteren ze de oesters los. Veelal wordt echter en veel snellere techniek gebruikt: de wortels worden gewoon gekapt en de oesters laten vanzelf los als ze, eenmaal terug in het basiskamp of dorp, op het vuur worden gelegd. In het algemeen worden de oesters gekookt of gegrild en als ze eenmaal open zijn wordt het vlees in de zon te drogen gelegd. Eén kilo gedroogde oesters komt overeen met 50 kilo verse oesters. Slechts een klein deel van de oogst wordt vers verkocht.

  begin pagina
Een projectvoorstel

De Objectieven:

¤ voedselzekerheid en proteïnerijk dieet voor Wetlands bewoners

¤ bescherming van het mangrovegebied door verantwoorde exploitatie

¤ financiële autonomie voor vrouwen en een daaraan verbonden verhoogde levensstandaard
 

De Verantwoording:

De snelle degradatie van het mangrovegebied is voor iedereen duidelijk zichtbaar en vooral de snelheid waarmee het verval optreedt is verontrustend. De Wetlands vormen het natuurlijke reproductiegebied en eerste groeizone voor vele maritieme vissoorten. C. Marius [1985:253] constateert een spectaculair verval van de Rhizophora Mangle mangrovebomen waarvoor in de plaats de lagere soort Sesuvium is gekomen. Uitgestrekte zoutvlakten met een hoge zuurgraad, genoemd naar de Serer term tann of tannes , waarop weinig of niets groeit zijn met zo’n 73% toegenomen ten koste van het mangrovebos [Badiane, 1984].

Het is dus tijd om zowel de bewoners als de regeringen en [inter]nationale sponsors te overtuigen van de snelle noodzaak om te komen tot het vastleggen van een alles omvattend en evenwichtig exploitatiemodel van deze Wetland zone. Het verzamelen van oesters op de wijze dat het nu gebeurd veroorzaakt een grootschalige kap van de luchtwortels van de mangrovebomen. Deze praktijk bedreigt in hoge mate het voortbestaan van het mangrovebos [IUCN: 1988]. Het ontwikkelen van een aangepaste oesterkweek, die kan leiden tot een oesterproductie van een hogere kwaliteit en voor een geringere inspanning, moet de bevolking doen afzien van de huidige wijze van verzamelen. Dit verzamelen wordt de laatste jaren toch al moeilijker en vergt een steeds grote inspanning, zodat de bevolking bereid zal zijn over te stappen op de teelt van oesters. Oesterteelt zal de kap van de luchtwortels van de mangrovebomen sterk terugdringen hetgeen de mangroven beschermt tegen uitsterven en hen zelfs in staat stelt zich te herstellen.

De grote vraag naar oesters op de [lokale] markten zal niet alleen leiden tot een verhoogde welvaart van de betrokken families, maar hen ook het gehele jaar toegang bieden tot een belangrijke bron van proteïnen en het dieet in de dorpen sterk verbeteren.
 
 

Een beheersplan voor het mangrove ecosysteem

In nauwe samenwerking met het regionale bureau van de IUCN te Dakar wordt een geïntegreerd en duurzaam beheersplan vastgelegd waarin richtlijnen worden weergegeven voor een evenwichtige en duurzame exploitatie van het mangrovegebied en de wijze van toezicht hierop. Deze benadering richt zich vooralsnog op twee objectieven die complementair zijn: enerzijds leidt de verhoogde productie van de oesterteelt tot toegang tot de geldeconomie waardoor economische alternatieven mogelijk worden die het behoud van de mangroven waarborgen. Anderzijds wordt de duurzaamheid gewaarborgd door de promotie en introductie van vervangende technieken op het gebeid van energievoorziening [zonne-energie, verbeterde ovens van het type Ban Ak Suuf ], bouwmaterialen [bamboe], gezondheidszorg [gezinsplanning, medicinale kruiden], et cetera.

Hiervoor zal een educatie- en bewustwordingsprogramma worden opgesteld.

  begin pagina
De oesterteelt

De geschiedenis van de oesterteelt in Casamance begint in 1955 in het dorp Kassel met een productie van 3000 dozijn oesters. Dit project komt met de onafhankelijkheid van Senegal tot een eind. Een nieuwe poging om de oesterteelt te lanceren dateert van 1963 en vindt plaats in de dorpen Djivente, Kabrousse en Karabane. Dit project wordt uitgevoerd door de Direction de l’Océanographie et des Pêches Maritimes [DOPM] en krijgt een vroegtijdig einde met de import vanuit Frankrijk door het handelshuis Maurel et Prom. Al die tijd bestaat de traditionele vorm van oesterteelt, Bunoken genaamd, in de dorpen Diogué en Kabrousse met wisselend resultaat.

De laatste poging om de oesterteelt in Casamance nieuw leven in te blazen vindt plaats van 1998 tot 1991 op initiatief van het regionale bureau van de IUCN en het Canadese CRDI. De dorpen Djivente, Kabrousse, Ourong en Karabane waren hierin betrokken. Door de toen heersende politieke onrust in de regio moest het project sluiten. IDEE Casamance wil de initiatieven om de oesterteelt in Casamance nieuw leven in te blazen weer oppakken met het onderhavige project. Vier teelttechnieken worden tijdens de uitvoering onderzocht om zo te komen tot de meest aangepaste techniek die aan de producerende vrouwen kan worden voorgesteld. Het betreft de volgende technieken:
 

Verwachte resultaten en de doelgroep Naast de bescherming van het mangrove ecosysteem en een proteïnerijk voedsel voor haar bewoners, zijn de geldelijke inkomsten voor de vrouwelijke doelgroep de speerpunten van het onderhavige project. Het verbeterde levensniveau kan slechts worden vastgehouden als ook iets gedaan wordt aan gezinsplanning. De duurzaamheid van de bereikte resultaten wordt dan ook slechts bestendigd als de doelgroep van meet af aan deelneemt in een bewustwordingsproces waarbij gezinsplanning een centraal thema is.

Het project zet participerend onderzoek hoog in het vaandel, waarbij de wijze van uitvoer van de interventies vooralsnog wordt aangedragen door het project, maar dit wel op nadrukkelijk verzoek van de doelgroep. Een betere bewustwording in de doelgroep betreffende hun directe leefmilieu en vooral het ontstaan van de notie hoe belangrijk een evenwichtige exploitatie daarvan is, moet de bevolking rijp maken voor ingrijpender acties. Met vereende krachten kunnen dan de zeer belangrijke maar ook zeer arbeidsintensieve interventies worden voorbereid, zoals het herstel van de grote dijken, de aanplant van nieuwe mangroven, et cetera.

  begin pagina
Implementatie, Agenda & Budgettering
 

Het institutionele kader

IDEE Casamance zal nauw samenwerken met:


De projectdorpen

begin pagina
Het voorlichtings- en bewustwordingsprogramma

Het onderhavige project "technische bijstand aan vrouwelijke producenten van oesters in Casamance, Senegal" beoogt zowel het proteïnegehalte in het dagelijkse voedsel te verhogen als een bijdrage te leveren in het inkomsten niveau van de vrouwen. Om de vrouwen optimaal van hun hogere inkomen te laten profiteren moeten zij bewust zijn van de mogelijkheden die zich hiermee aan hen ontplooien. Vrouwen moeten daarom toegang krijgen tot informatiebronnen die hen helpen te komen tot een vrije keuze van geboorteregeling. Onder de vele onderwerpen binnen deze informatiestroom die de vrouwen moet bereiken, zal gezinsplanning een belangrijke plaats innemen. Immers, de duurzaamheid van, bij voorbeeld, het hogere inkomen kan beter gewaarborgd zijn indien het gebruikt wordt voor een meer evenwichtiger bestedingspatroon en niet in de eerste plaats wordt aangewend om meer monden te voeden. Periodieke bijscholing in handwerktechnieken en andere kleinschalige verwerkingstechnieken van lokale natuurlijke hulpbronnen zal de vrouwen een breder potentieel aan inkomen verschaffen en meer betrekken bij het bewustwoordings programma.

Naast aandacht voor de verschillende aspecten van reproductieve gezondheidszorg zullen de volgende onderwerpen deel uitmaken van de kennisoverdracht:

In eerste instantie intervenieert het project in zeven dorpen. Deze pilot-dorpen moeten later een voorbeeldfunctie gaan uitoefenen op hun omgeving. De intermediairs of brokers die de informatiestroom zullen overbrengen moeten voldoende krediet bezitten om de aangeboden informatie geloofwaardig over te brengen. Dit gaat het meest effectief door mensen uit de eigen omgeving. Uit elk dorp wordt een jonge vrouw gekozen die een opleiding krijgt in de onderwerpen van de bewustwordings campagne en in de overdracht daarvan aan de doelgroep. Dit moeten dus jonge vrouwen zijn die een redelijk niveau van scholing hebben ontvangen. Daarnaast denken wij in de eerste plaats aan ongehuwde moeders, die door hun status meerdere sociale- en leeftijdsgroepen kunnen bereiken. Zij moeten op den duur informele klassen vormen waar onderwijs gegeven wordt in een breed scala van onderwerpen, zoals boven zijn weergegeven. Voortdurende bijscholing is dan ook noodzakelijk.

De scholing van de ongehuwde moeders wordt verzorgd door UNESCO: de alfabetiserings karavaan. Deze hebben in het dorp Thionck Essyl, gelegen in het projectgebied, een ruimte waar intern scholing wordt gegeven. De cursisten kunnen zich hier, verzorgd met kost en inwoning, geheel wijden aan de studie.

Na ruggespraak met UNESCO is besloten om in het budget de post opleiding als volgt te budgetteren: de opleiding zal zich richten op tien ongehuwde moeders [of andere geschikte kandidaten] zodat er altijd drie in reserve blijven. De opleiding zal tien dagen duren waarin ook tijd is vrijgemaakt om de projectdorpen en de doelgroep te bezoeken.
 

personen
prijs/pers.
dagen
totaal f cfa
totaal Nlg.
restauratie 10
2.000
10
200.000
680
ontbijt 10
250
10
25.000
85
overnachting + diner 10
2.000
10
200.000
680
keuken F
10.000
10
100.000
340
transport 10
1.000
10
100.000
340
communicatie 2
3.000
10
60.000
204
communicatie leerkrachten 1
10.000
10
100.000
340
transport leerkrachten 2
20.000
10
400.000
1.360
begeleiding 1
30.000
10
300.000
1.020
divers 5%

 
74.250
252
TOTAAL


1.559.250
5.301

Voor de periodieke vervolgopleidingen is een bedrag van 250.000 f cfa per séance opgenomen en er zullen er minimaal twee per jaar plaatsvinden.

Het budget:
Voor drie jaar is het project begroot op Euro 103.089. Zie annex budget voor specificaties.

jaar 1  53.684 Euro

jaar 2  24.100 Euro

jaar 3  25.305 Euro

  begin pagina
Bibliographie
Badiane, S. 1984 Contribution à l’étude de l’écosystème des mangroves en Casamance ; Dakar: UCAD Barbier-Wiesser, François George 1994 Comprendre la Casamance : chronique d’une intégration contrastée ; Paris: Editions Karthala. Baum, Robert M. 1990 The Emergence of a Diola Christianity ; in: Africa (60) 3, 370-398 Cormier-Salem, Marie-Christine 1989 Une pratique revalorisée dans un système de production en crise : la cueillette des huîtres par les femmes Diola de Basse Casamance ; in: Cahier des Sciences Humaines 25 (1-2) 1989

1992 Gestion et évolution des espaces aquatiques : La Casamance ; Paris: Editions de l'Orstom

Chen, Chin & NDiaye, Vaque 1998 Projet d’aquaculture de la Mission Technique Agricole de la République de Chine au Sénégal ; Rapport d’activités février 97 - mai 98 Chéneau-Loquay, A 1994 Demain encore le riz ? Dans: Comprendre la Casamance ; Paris: Karthala CRODT/ISRA/PROGES 1995 Pisciculture en enclos : vallée de Nguindir et de Badobar Diadhiou, Hamet Diaw 1997 Projet d’appui au développement de l’ostréiculture villageoise en Basse Casamance Diallo, Anis 1989 Recensement des aménagements (bassins & étangs) de pisciculture en Basse Casamance ; CRODT/ISRA, B.P. 2241 Dakar

1992 Integrated farming : a new approach in the Basse Casamance, Senegal, in : Naga the ICLARM Quarterly : July 1992

Directorat Général de la Coopération Internationale (DGIS) 1995 Fisheries in developing countries ; towards sustainable use of living aquatic resources Diouf, P.S.N. 1987 Le zooplancton de l’estuaire de la Casamance en période déficit pluviométrique. Thèse de Doctorat, Université Cheikh Anta Diop : Dakar Eichelsheim, John Lucas 1991-a Urban Expansion and Old Local Land Tenure Systems around the City of Ziguinchor, Senegal; in: The Netherlands Review of Development Studies 1990/91 vol. 3 ; The Hague : IMWOO

1991-b Regionaal particularisme en staatsvorming in Afrika : de Diola van zuid-Sénégal in hun relatie tot Dakar ; in: Afrika Focus, vol. 7 nr. 3 ; Gent: Afrika Brug, vzw.

Eichelsheim, John & NDiaye, Vaque & Verdegem, Marc 1997 Proposition d’un projet pour l’exploitation des ressources estuariennes de la région de Ziguinchor ; Rapport Final Fiselier, J.L. 1990 Living off the Tides : Environmental Database on Wetland Interventions ; Leiden: EDWIN Gaye, Malick & Nicolas, Pierre
1988 Naissance d’une ville au Sénégal ; Paris: Karthala
Jansen, Marijke & Klei, Jos van der & Valk, Saskia van der 1987 Opstellen over vrouwen in de Basse-Casamance en Midden-Gambia ; Amsterdam: Ready Zet Go Klei, Jos van der 1989 Trekarbeid en de roep van het heilige bos : het gezag van de oudste en moderne veranderingen bij de Diola van Zuid-Sénégal; Nijmegen: Iken Le Brusq, J.Y. 1986 Quelques aspects des échanges chimiques sols-eaux de surface en Casamance : CRODT/ISRA : Dakar Lingen, Annet 1994 Etude d’impact différenciée par genre : guide à l’intention des cadres ; La Haye : Directorat Général de la Coopération Internationale Marius, C. 1985 Mangroves du Sénégal et de Gambie ; Paris: Orstom Ministère de l'Economie, des Finances et du Plan 1992 Recensement Général de la Population et de l’Habitat de 1988, Rapport Régional de Ziguinchor Ndiaye, Vaque et all. 1992 Mission dévaluation du projet de crevetticulture de Basse Casamance du 08 au 11 janvier 1992 ; Dakar: CRODT/ISRA NDiaye, Vaque 1993 Etudes d’aquaculture en Moyenne Casamance ; Ziguinchor: USaid/PROGES Pélissier, Paul 1966 Les paysans du Sénégal : Les civilisations agraires du Cayor à la Casamance ; Saint Yrieix : Imprimerie Fabrègue Raatgever, Reini 1988 De verwantschappelijke economie : Essays in de historisch-materialistische antropologie ; Brugge: Walleyndruk N.V. Reveyrand, Odile 1986 Les associations féminines en Afrique Noire : l’exemple de la Casamance ; Paris: mois en Afrique, No. 249-250 ; oct./nov. 1986. Roche, Christian 1985 Histoire de la Casamance, Conquête et résistance, 1850 - 1920 ; Paris: Karthala UICN mission de Dakar 1988 Préparation d’un projet franco-canadien d’élevage d’huîtres de palétuviers
  begin pagina